8.2 C
Antwerpen
maandag, november 28, 2022

Sint-Michielsabdij verrast archeologen met unieke vondsten

Sinds september vorig jaar onderzoeken stadsarcheologen de resten van de Sint-Michielsabdij aan de Sint-Michielskaai in Antwerpen. In de middeleeuwen was dit een van de machtigste abdijen in de ruime regio. De opgravingen maakten kloosterkelders en funderingen zichtbaar. Op de site vonden de archeologen een 200-tal begravingen terug. Ze ontdekten ook sporen uit de periode voor de bouw van het klooster, waaronder een oude vestinggracht met 20 Romeinse munten en een fibula, en een unieke Merovingische munt. Onverwacht troffen ze bovendien de Spijkertoren aan, een deel van de middeleeuwse stadsomwalling. Vanaf maart start de heraanleg van dit deel van de Scheldekaaien.

 

Gesprek met Karen Mansaer, archeoloog stad Antwerpen

Op deze plek ten Zuiden van de stad was vroeger de grote Sint-Michielsabdij gelegen. Een Abdij die al in de 12e eeuw opgericht is door de heilige Norbertus op deze plaats een soort Heuvel een oude uitsprong in de Schelde.

Wat zijn zo de ontdekkingen die u gedaan hebt, want er zijn een aantal heel belangrijke vondsten gedaan…

We hebben een heel groot stuk van de Sint-Michielsabdij van het areaal van de abdij kunnen vrij leggen, en we hebben een stuk, mogelijk van het oudste deel van het klooster uit de 13e eeuw, waar dat het klooster aansluit bij de kaaimuur, bij de middeleeuws kaaimuur, dat is heel belangrijk, omdat we daar originele structuren van kelders hebben gevonden, met nissen. Dan is er een middengedeelte met het Prinsenhof waar we ook een soort luxueus gastenverblijf en ook de abtswoning van de abdij hebben gevonden, daar hebben we de kelders van aangetroffen, en de grote pandgang met ja tientallen skeletten van graven van vroeger in de pandgang.

Er zijn ook munten gevonden, er is een haarspeld gevonden …

Dan gaan we helemaal naar het zuiden van de site en daar was er vroeger ook een versterking van die uitsprong van de abdij met een middeleeuwse muur en middeleeuwse torens en daar zijn nu bij onderzoeken ook delen van een oude gracht aangetroffen en onderaan die gracht zijn er Romeinse munten gevonden en een fibula een kledingspelt.

Heeft dat tot nieuwe inzichten geleid?

Het is wel heel rap om dat ineens te beweren, we moeten toch zorgvuldig omspringen met deze informatie, en alle vondsten die we gedaan hebben, moeten we een beetje samenleggen en puzzelen, voordat we grote uitspraken kunnen doen, maar het is wel intrigerend want die gracht hadden we niet verwacht en ja ook onderaan de gracht Romeinse vondsten. Misschien is het dan ook wel uit die periode dat die gracht dateert.

Wat zou kunnen willen zeggen, maar daarmee niet zeker is, dat dit deel van de stad ouder is dan de nederzetting rond het Steen …

Dit is moeilijk om dat zo al te stellen … Ik denk dat de nederzetting aan het Steen ook zeer oud is en ook uit de Gallo-Romeinse periode. Het kan zijn dat het ook gelijktijdig is geweest en dat zijn twee uitsprong in de schelde, die misschien mekaar wel waard zijn en die allebei met zeer oude vondsten en nederzettingen te maken hebben gehad.

Wat is voor u dan de belangrijkste conclusie van heel dit archeologisch onderzoek?

De belangrijkste conclusie is toch wel die oude heuvel die hier zit en die we ook hebben gemerkt … We zien de zandgronden, we zien hoe dat de Heuvel ongeveer moet gelegen hebben en hoe dat die naar de Schelde toe ging en het is een heel oude plek, dus dat is toch wel integrerend en we hebben nog op deze plaats meer ten zuiden nog 4 weken en die willen echt wel goed gebruiken om nog meer te weten te komen van de plek.

Verdwijnt dit nu terug onder de grond of wordt dit het Antwerpse Pompeï?

Het zal onder de grond verdwijnen, want hier op deze plaats waar we nu staan, komt er een grote dijk, dat is de de waterkerende dijk die Antwerpen moet beschermen en dus op deze plaats was er geen mogelijkheid om iets te integreren van de oude abdij. Nu ten zuiden is er wel een stukje van het Bastion van de bastionflank van het Sint Michiels bolwerk, wat ook wel verwijst naar de Sint-Michielsabdij en dat wordt wel geïntegreerd in de nieuwe kaaien.

 

persbericht

Het huidige archeologisch onderzoek ging van start in september 2021 en loopt in maart 2022 ten einde. Een terrein van 5000 m² werd onderzocht tot op een diepte van gemiddeld 1,2 meter. In drie opgravingsfases werden verschillende onderdelen van de in de 12de eeuw gestichte norbertijnenabdij terug zichtbaar gemaakt en historische stadsmuren blootgelegd.

Noordelijke zone

Tijdens de eerste fase groeven de archeologen de noordelijke zone uit. Daar stond het oude klooster van de abdij, waar in de eerste periode ook nonnen hun vertrekken hadden. De kelders en kloostergang werden zorgvuldig in kaart gebracht. De kelders waren zeer degelijk gebouwd met grote bakstenen, typisch voor de 13de en 14de eeuw. Ze behoren tot de eerste bouwfase onder abt Gerardus de Lyra (1244-1258). In enkele keldermuren waren nissen uitgespaard voor het plaatsen van verlichting. Dit deel van het klooster sloot aan tegen de middeleeuwse kaaimuur, waarvan ook massieve delen zijn blootgelegd. Zeer uitzonderlijk was de vondst van een sceatta, een Merovingische munt, in de kloostertuin. De kleine munt dateert uit de 7de eeuw en is één van de weinige materiële getuigen van het vroegmiddeleeuwse Antwerpen.

De fundamenten van de kloosterkerk en de grote kloostergang ten zuiden ervan werden niet gevonden, alhoewel ze waren verwacht. Het onderzoek wijst uit dat de hoogte waarop de Sint-Michielskerk stond, sterk werd afgetopt tijdens de rechttrekking van de Scheldekaaien op het einde van de 19de eeuw.

Tijdens de opgravingen werden heel wat menselijke begravingen aangetroffen. Zo vonden de archeologen onder de grote pandgang 80 graven terug. Bij het vrijleggen van de skeletten bleek dat de individuen geordend begraven waren, oost-west georiënteerd met het aangezicht naar het oosten. Als voorlopige hypothese wordt aangenomen dat de bijzettingen uit de beginfase van het klooster dateren. Ook op het vroegere kerkhof werden veel graven gevonden, deze waren minder geordend en dateren mogelijk van een ruimere tijdsperiode. Er zijn mannen, vrouwen en kinderen bij. Een fysisch antropoloog begeleidt de opgraving en zal later ook de studie uitvoeren op de talrijke skeletresten.

Centrale zone


Centraal in de opgravingsput werd de middeleeuwse abtswoning of het Prinsenhof onderzocht. Van dit bijzonder gebouw, dat waarschijnlijk ook iets hoger gelegen was, bleef jammer genoeg niets bewaard. Slechts enkele kelders en delen van de funderingsmuren zijn zichtbaar. Deze waren ook met grote bakstenen gebouwd en dateren uit de eerste grote bouwfase van het klooster in de 13de eeuw. Het vloerniveau was hier bij de rechttrekking van de Scheldekaaien al weggebroken.

Zuidelijk deel


In de zuidelijke zone werd de strook tussen de abdij en het Sint-Michielsbastion geprospecteerd. Hier werd een massagraf gevonden, bestaande uit een groep van minstens 18 individuen die samen en zonder enige zorg in een put waren gelegd. Deze vondst is intrigerend maar vooralsnog zonder enige verklaring. Dit massagraf doorsneed oudere begravingen op een zone waar ook al begravingen uit de 10de eeuw werden aangetroffen.

Het meest verrassende resultaat vormen de resten van de middeleeuwse Spijkertoren. Op de uitsprong langs de Schelde werd rond 1300 een middeleeuwse stadsversterking gebouwd met twee torens: de in de Schelde vooruitspringende Weverstoren en zuidelijk daarvan de Spijkertoren. De kelder van die laatste is gebouwd met grote bakstenen, de bakstenen vloer is gelegd in een visgraatmotief. Ook de keldertrap, de sokkels van het gebinte en resten van het portaal van de toren werden aangetroffen. De naam Spijkertoren verwijst naar de grote voorraad- of tiendenschuur die hier lag. De term ‘spijker’ is afgeleid van het Latijnse ‘spicarium’ of graanschuur. Dit langwerpig gebouw sloot aan op de toren en de kaai en werd archeologisch vastgesteld aan de hand van twee rijen bakstenen sokkels en een buitenmuur.

In de slotfase van de opgravingen worden enkele kelders van het Prinsenhof nog verder gedocumenteerd. Daarnaast wordt extra onderzoek gedaan naar eventuele oude bewoningssporen in de zone tussen de abdij en de Schelde. Deze natuurlijke uitsprong aan de Schelde had ook voor de stichting van de abdij al een aantrekkingskracht als vestigingsplaats. De vondst van een twintigtal Romeinse munten, de al vermelde Merovingische sceatta en de 10de-eeuwse begravingen doen vermoeden dat de ondergrond in de komende weken nog enkele geheimen kan prijsgeven. Na de afronding van al het veldwerk wordt de studie van de opgravingsgegevens in het archeologisch atelier verder gezet.

Ook interessant voor jou

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Social Media

670FansLike
604VolgersVolg
148AbonneesAbonneer

Nieuws